Geplaatst in Liefde. Veel liefde

Ik heb een punt

Rumme Rups Mirjam Hildebrand - algemeen beschaefd weblog
Uit: Rumme Rups van Mirjam Hildebrand

Een moeder wordt op de markt aangesproken over haar vierjarige dochtertje. Waarom hangt ze in die buggy? Heeft ze geen beentjes? De moeder is te overdonderd om iets te kunnen zeggen.

Ander voorbeeld. Een jongetje gaat compleet uit zijn plaat bij de HEMA. Hij gilt, schreeuwt en spuugt zijn moeder. Omstanders kijken hoofdschuddend toe. De jeugd van tegenwoordig krijgt wel voeding, maar heeft geen opvoeding genoten. Of, zoals iemand letterlijk zei: ‘Je moet dat jong eens beter opvoeden. Dan luistert hij ook beter!’.

Onbekenden die oordelen over een kind én de opvoeding. Gewoon tussen de viskraam en de tulpenbollen door. Even roepen dat een vader of moeder het niet goed doet. Wie weet hebben de ouders weken niet geslapen omdat het kind ziek was. Misschien liggen de ouders in scheiding en heeft het kind daar moeite mee. De aangesproken ouders zijn vaak te gechoqueerd om iets terug te zeggen. Terwijl iemand eigenlijk zou moeten zeggen: hou je smoel! Heb je geen beentjes? Heeft u geen fatsoen?

Ik vind opvoeden best een pittige taak. Natuurlijk doe ik het met liefde. Maar toen mijn bloedjes laatst met z’n tweetjes in winkel op de grond gingen liggen en niet meer mee naar huis wilden, kreeg ik het even flink warm. Ik voelde de blikken van mensen in mijn rug priemen. Ik moet bekennen dat ik dat al niet zo plezierig vond. Laat staan dat een kind een onzichtbare handicap heeft en door zijn opvallende gedrag even wordt beoordeeld.
‘Geef hem maar een weekje aan mij mee. Dan is het wel over’.

En bovendien: probeer tegenwoordig nog maar eens verstandig op te groeien. Volwassenen leggen de lat torenhoog, het leven van een kind puilt uit van de spannende gebeurtenissen en er zijn kinderen die bang zijn dat ze het niet goed genoeg doen.
En dan doe ik wat ik altijd doe. Ik pak een boek dat aansluit bij het thema. Een positief boek waarvan zowel ouders als kinderen kunnen leren. De puntjes op de i.

Ik heb twee tips voor u. Boeken die geschreven zijn voor kinderen en hun ouders.
Rumme Rups 
Een prachtig boek over faalangst bij kinderen. Maar het is eigenlijk een leuk boek voor iedereen. Elk kind en iedere volwassene vindt wel eens iets spannend (vindt u het leuk om in een bomvolle verjaardagskamer iedereen een handje geven?).
Opsekopse wereld 
Bekijk de wereld is vanuit een ander perspectief. Bedoeld voor kinderen, eigenlijk heel goed en leuk voor volwassenen. Hoe zou het zijn als je iets gewoon omdraait?

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie

Mijn kleine, schreeuwende prins op het playmobilpaard

Dadels en appeltaart

‘Dawul! Dawul!’
Jongste zoon Bo eet het liefst alleen dadels. Voor tomaatjes haalt hij zijn kleine neusje op. Hij gooit deze dan ook linea recta met volle kracht tegen het raam. Of hij knijpt het kleine, rode ding te pletter in zijn vuistje. Kaas lust hij ook wel. Met een zuinig mondje laat hij het voedingsmiddel langs zijn tong glijden. Hij heeft het liefst kaas van de kaasboer. Van de supermarkt belieft meneer niet. Dat is plastic.
Maar dawuls zijn helemaal zijn ding. Appeltaart gaat er overigens ook prima in. Met een feestje weet hij me snel te vinden als hij ziet dat ik een stuk appeltaart op mijn bordje heb liggen.
‘Mammaaaa! Mammaaaaaa!’, roept hij dan enthousiast. Zijn mondje gaat alvast open zodat hij de heerlijke zoetheid kan ontvangen.
Als het niet zo gaat zoals hij bedacht had, gooit hij zijn lieve lijfje achterover en is er geen land meer mee te bezeilen. Of hij kruipt op een razend tempo weg en laat nooit meer van zich horen. Hij laat zijn kleine stemmetje wel prima horen als de pot met dadels op het keukenkastje blijft staan. Of als hij een schone luier moet. Of tanden mag poetsen.
‘Bo is net een prins’, zei ik laatst tegen Tijl. ‘Hij zou het liefst hele dagen dadels eten in een kasteel’. Tijl kon een kwartier niet praten. Zo hard lachte hij.
Bo is inderdaad geen gewoon jongetje. Hij is een prinsje. Een mannetje van (d)adel dat iedereen om zijn kleine vingertje windt. En hij is mijn prinsje.

Mijn kleine, schreeuwende prins. Op het playmobilpaard.

 

 

Geplaatst in Pieken en dalen

Crochalzen 

  
‘Ja, schatje. Dat zijn echt prachtige schoenen. Heel mooi’.

‘Die wil ik aan naar opa en oma’.

‘Dat snap ik goed dat jij dat wilt. Ze zijn prachtig’.

‘Mag ik die aan mama?’

‘Dat mag. Zeker. Als jij dat graag wilt, mag je ze absoluut aan. Maar weet je Tijl…’

‘Ik wil die aan mama’.

‘Dat zijn eigenlijk meer schoenen voor op de camping. Of voor in de tuin. Niet voor als je naar opa en oma gaat voor de paasbrunch’.

‘O ja. Staan mijn schoenen benenen?’ 

Als ik de Marketingmanager van Crocs was, zou ik gaan crocceteren met de lelijkheid van Crocs. ‘Nu in de aanbieding! Das lelijk meegenomen!’ Of: ‘Crocs. Altijd nog gezonder dan een croccet’. Maar ik werk daar niet. En ik ambieer het ook niet meteen. En daar zit m nu net de crox. 

Geplaatst in Liefde. Veel liefde

Ik mocht dat vroeger nooit 

  
We gingen toch maar even naar buiten. Een kind met torenhoge koorts heeft het immers al warm genoeg. Bij ons in de buurt reed een kermistreintje. Daar kun je je kind in zetten en dan heeft hij drie minuten plezier voor zeven euro. Ik mocht dat vroeger nooit. Daarom zei ik:

‘Wil je daar zo in Tijl?’

‘Ja. Met papa’.

‘En met wie nog meer?’

‘Niels en Ben’.

‘Gezellig hoor. En Bo?’

‘Bo moet naar bed. En mama blijft thuis met Bo. Zul we naar papa gaan?’ 

Geplaatst in Pieken en dalen

Pseudoniet

Paaspillen

‘Ik denk toch dat het bipolair is. Jij?’

Dit was de eerste zin van het verhaal waarmee ik succes had als Carice de Wildt. Ik kreeg een mooie geldprijs en inhoudelijke erkenning. Dat laatste vond ik het mooist. Erkenning voor mijn schrijven en de waardering voor mijn openheid. Mensen vonden het moedig dat ik durfde te schrijven. Bovendien kon ik anderen helpen. Nadat een moeder van een 16-jarig meisje Koosje had gelezen, zei ze: ‘Bedankt. We weten nu wat het is. We gaan hulp zoeken’.
Mijn missie was geslaagd.

Want dat was mijn taboek. Koosje. Daarmee zou ik, met oneindig veel hulp van enthousiaste mensen die vonden dat ik geweldig schreef, een taboe doorbreken. Het voelde dubbel. Ik verschool me achter mijn pseudoniem. En dat bleef ik doen. Niet alleen met Koosje, maar ook in columns die ik schreef. En het had tijd nodig. Het was lang niet altijd relevant om te vertellen dat ik een bipolaire stoornis heb. Dat kwam wel aan de orde als het echt moet. Daarover kunt u ook alles lezen in het prachtige boek, Werken als een gek van Marieke Sweens. Veel mensen pakken het zo aan. Als het niet ter sprake komt, zeg ik niets. Bovendien vind ik het absoluut niet nodig om overal om te piepen. Zo ben ik ook opgevoed. Doe maar normaal. Dan doe je al…

Gek genoeg ben ik van de een op andere dag klaar met mijn pseudoniem. Ik ben Aefke. Gewoon Aefke. En niemand hoeft op een bijzondere manier rekening met mij te houden. Natuurlijk is het fijn als mensen begrip hebben als ik een keer hondsberoerd en vinnig ben doordat mijn medicatie is aangepast. Het is fijn als mensen niet teveel vragen als ik een rukdag heb en het liefst niet meer op de wereld zou willen rondlopen. Het is fijn als vrienden een beetje meedenken en me feedback geven. Mijn man ziet me te vaak, die ziet het niet meteen als ik hyper word of depressief.

Een bipolaire stoornis is vervelend. Soms ook voor een werkgever. Soms ook juist niet. Mocht ik hierdoor toch een opdracht of een baan mislopen, dan is dat jammer. Voor die werkgever dan. Want ik ben hartstikke goed in mijn werk en bovendien een enorm leuke collega.
Ik ben overigens absoluut niet op zoek naar iets anders. Ik ben blij zo. Niet te blij hoor. Bent u gek. Ik ben blij met de boeiende saaiheid van mijn bestaan.

Dag Carice! Bedankt voor alles! 

Ik wens u alvast fijne Paazdagen.

 

Geplaatst in Geen categorie

Gebruik je verstand! 

  Mijn moeder zei altijd dat ik mijn verstand moest gebruiken. Dat vond ik niet altijd even makkelijk. Ik ben een wandelend gevoelsapparaat. Bovendien zijn gedachten van mensen gebaseerd op gevoel. Daar ben ik van overtuigd. 

Nu zoekt de hersenbank hersendonoren. Ik vind dat nogal wat. Je hersenen doneren. Je hoofd. Je gedachten. Maar het is voor een bijzonder goed doel.

Ik moet mijn verstand gebruiken. Wellicht is het zinvol om mijn hersenen aan de wetenschap over te laten. Niets zo belangrijk als wetenschappelijk onderzoek.

Wat zou u doen? 

Geplaatst in Geen categorie

In haar schoenen 

Van een vriendin kreeg ik laarzen. Peperdure, prachtige laarzen die haar door de zwangerschap te klein waren geworden.’Doe  je die zomaar weg?’, schrok haar vriend.

‘Ja’, zei ze kort.

Inmiddels loop ik al lang op deze laarzen. Ik krijg complimenten van wildvreemden. Niet over mijn kwaliteiten of karakter. Nee, over de dure laarzen die ik van mijn vriendin kreeg.

Ik sta vaak in de schoenen van mijn vriendin. Soms waan ik me net zo sterk en krachtig. Stabiel en georganiseerd. Ik ken niemand die zoveel humor heeft als zij en zo krachtig is. Als ik haar laarzen draag, ben ik nog steeds Aefke. En dat is mooi. Het is fijn om mezelf te zijn. Maar het is net zo fijn om een vriendin te hebben zoals zij.

Niet dat ik verliefd op haar ben. Bent u gek zeg. Ik hou gewoon van haar.

Geplaatst in Liefde. Veel liefde

Het hart van de cardioloog

Vroeger. Vroeger toen ik nog wekelijks in de kroeg kwam en veel mannen leerde kennen.

Vroeger. Ik was net achtentwintig. Ik voelde mezelf best heel wat. Eigenlijk. Ik had aan aandacht geen gebrek en schroomde ook niet erom te vragen. Ik pakte Tequila af van vreemde mannen. Dat mocht omdat ik jarig was. Elke week was het groot feest. De rustige jongeman aan de bar viel me meteen op. Hij zocht geen aandacht. Daarom was hij ook zo leuk. Ik raakte met hem aan de klets. Niet dankzij zijn inspanningen hoor. Ik drong me gewoon aan hem op omdat hij me zo leuk leek. Hij was intelligent. Had echt iets te vertellen. En dat bleek. Hij was cardioloog.

Mijn hart begon sneller te kloppen. Een heuse cardioloog naast me aan de bar. Hij vertelde over zijn werk, ik visualiseerde hem in een witte jas en het was raak.
Maar. Op het mobeschaefd blog cardioloogment dat ik deze interessante man ontmoette, had ik net een date gepland met mijn huidige man. Inmiddels de vader van mijn bloedjes van kinderen. De cardioloog belde en vroeg of ik met hem wilde daten. Uit eten. Een filmpje kijken. U kent het wel. Het was niet origineel, maar dat maakte me niet uit. De cardioloog was het voor mij. Ik was echt een beetje op hem. Dat denk ik. Maar ergens voelde ik dat deze mannen voor langere tijd wilde daten. En ik ben niet van lijntjes. Mannen achter de hand houden voor als. Ik zei het tegen hem terwijl mijn hart uit mijn lijf bonkte. Ik zei:
‘Sorry. Ik wil zo graag met je daten. Maar ik heb net met Tijmen afgesproken. En weet je. Ik vind het gewoon niet netjes’.

Het is ook niet keurig om met drie jongens in één week het matras te delen op een smoezelige studentenkamer. Maar weet u, het gebeurt. Het komt in de beste families voor. Maar daten met de cardioloog kon ik niet. Ik zou zijn hart breken.

Af en toe zoek ik hem op. Dan kijk ik op Facebook hoe het met hem gaat. Hij is getrouwd. Hij heeft twee kinderen en een imposante carrière als cardioloog. En ik?
Ik ben dolgelukkig. Blij met mijn keuze en dankbaar dat Tijmen mij ook nog steeds wil. Want het is heus niet altijd makkelijk hoor. Zo’n ingewikkelde vrouw die ook nog stukjes op het internet schrijft.

Ik hou van Tijmen. Belachelijk veel.