Geplaatst in Liefde. Veel liefde

Donderjagen

De afgelopen weken in Apeldoorn komt soms het gemis naar mijn vader naar boven. Als we bezig zijn met het klussen in huis, tijdens een gesprek met de hovenier, op het moment dat ik het kruisje van hem draag. Het gras, dat de vorige buren met liefde en aandacht hebben gezaaid, is aan gort getrapt door onze jongens. Daarom komt er binnenkort een grasmat. Mijn vader had het geweldig gevonden om te zien dat onze jongens zich zo goed vermaken in het huis en vooral in de tuin. Utrecht was volgens hem een bizarre rotstad. De huizen waren te klein en te duur, het was er te druk en er was veel criminaliteit. We deden mijn vader geen plezier met een stadswandeling in Utrecht. Laten we het daar maar bij laten.

Een jaar terug. Doodmoe, maar dolgelukkig.

Soms komt het verdriet en gemis even om de hoek kijken. Als we nieuwe plannen maken. Er moet nog een wastafel boven op onze kamer. De plinten boven wachten geduldig totdat ze gelegd worden. Er is genoeg te doen. Mijn vader was op goede momenten ook altijd bezig. ‘Pa zou trots op jullie zijn´, appte mijn moeder laatst. Ik stak een kaars aan bij zijn foto en slikte.

Afgelopen week was de tuinman op bezoek. Hij observeerde de tuin en de jongens die voetbalden. ‘Als ik ze zo zie donderjagen, zou ik zeker voor een grasmat kiezen´, zei hij.

Donderjagen. Mijn hart maakte een sprongetje. Ik voelde en hoorde mijn vader. Het woord wordt niet vaak meer gebruikt.
‘Hol op met dat gedonderjaag!´

De tuinman bedoelde het volgens mij niet negatief, hoewel donderjagen letterlijk betekent: zaniken, zeuren, vervelend zijn, gedonder, gezanik en nog meer gezeur. Ik voelde mijn vader ineens heel dichtbij me. Donderjagen. Dat zei mijn vader ook vaak. Wat hij ook vaak zei was: ‘Is dat gesodemieter nou eens afgelopen?´ Woorden en uitspraken die hij vaak deed. Mijn vader was ook altijd alles kwijt en dat herken ik in mezelf.
‘Annie! Woar is mien bril?´ Om er vervolgens achter te komen dat hij gewoon op zijn hoofd stond.

Ik ben een kind van mijn vader en daar ben ik trots op.

Auteur:

Aefke ten Hagen (1975) is getrouwd met Tijmen en moeder van Tijl (8) en Bo (7). Ze leest graag en veel. Op 22 november, de Dag van het KOPP-kind, kwam haar eerste kinderboek uit. ´Mijn moeder kookt soep van tafelpoten´ is een verhaal over de elfjarige Fiep. Haar moeder heeft een bipolaire stoornis en dat vindt Fiep knap lastig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s