Geplaatst in Liefde. Veel liefde, Pieken en dalen

#Ikbenopen

Vandaag las ik onderstaand berichtje op Twitter:

Vandaag is het de #dagvandepsychischegezondheid. GGZ Nederland is open en helpt mee om mentale gezondheid bespreekbaar te maken. Help jij ook mee? WIE NOMINEER JIJ? #IkBenOpen

Meedoen is simpel. Je tekent met een stift of een fijne pen een rondje op je hand en zet een foto van jezelf op Social Media.

#ikbenopen
#ikbenopen

 

Ja, ik ben dan wel open, maar dat is een heel proces geweest. Eerst schreef ik onder mijn pseudoniem, maar nu ben ik gewoon Aefke. Ik nomineer niemand anders, omdat ik iedereen zijn eigen proces in de openheid gun. Ik wil niemand dwingen om ook open te zijn over haar psychische kwetsbaarheid. Wel weet ik dat ik me beter, gelukkiger en gezonder voel nu ik gewoon kan zeggen: ik ben Aefke en ik heb een bipolaire stoornis. Ik heb een boek geschreven voor (KOPP)kinderen van 10/12 jaar, om hen een hart onder de riem te steken en te zeggen: praat erover. Met een leuke juf, een fijne buurvrouw of een goede vriendin. Houd de vuile was niet binnen, daar word je alleen maar heel verdrietig van.

Daarom nomineer ik mezelf. Ik wil me hard blijven maken voor openheid. Niet alleen voor volwassenen, maar ook voor kinderen.

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in De bestsellerbitch, Mijn moeder kookt soep van tafelpoten, Pieken en dalen

PERSBERICHT

De elfjarige Fiep groeit op met een bipolaire moeder
Mijn moeder kookt soep van tafelpoten verschijnt in november bij uitgeverij Kluitman

ALKMAAR – 22 november verschijnt bij uitgeverij Kluitman Mijn moeder kookt soep van tafelpoten, het nieuwe jeugdboek van schrijfster Aefke ten Hagen. Ze vertelt het verhaal van de elfjarige Fiep, die opgroeit met een moeder met een bipolaire stoornis.

AEFKE TEN HAGEN: ‘Ik schrijf dit min of meer uit eigen ervaringen. Ik ben zelf ook een bipolaire moeder en wil mijn kinderen hier in alle openheid mee opvoeden. Ik heb gemerkt dat er niet veel echte kinderboeken zijn over dit onderwerp. Een bipolaire stoornis is niet niks en niet alleen vervelend voor degene die het betreft, maar ook vooral voor zijn of haar omgeving.’

Met het boek wil Aefke het onderwerp bespreekbaar maken voor kinderen en ouders die hiermee worstelen.

MIJN MOEDER KOOKT SOEP VAN TAFELPOTEN
De elfjarige Fiep heeft het er maar moeilijk mee. Terwijl er in haar eigen leven allerlei spannends gebeurt – ze wordt voor het eerst verliefd, op Mats, en ontdekt haar passie voor gitaarspelen – maakt ze zich ook zorgen over wat er thuis aan de hand is. Fieps moeder heeft een bipolaire stoornis en brengt haar de ene dag huppelend naar school in een elfenjurk en is op andere momenten juist erg verdrietig. Dit maakt het leven voor Fiep heel ingewikkeld. Ze vindt het moeilijk om aan haar beste vriendin uit te leggen wat er speelt en Mats durft ze niet mee naar huis te nemen. Wat als haar moeder weer raar gaat doen? Dan komt Fiep erachter dat een bipolaire stoornis erfelijk kan zijn. Ook dat nog! Waarom kan haar leven niet gewoon normaal zijn?

AEFKE TEN HAGEN
Aefke Ten Hagen debuteerde in 2010 met de roman In naam van mijn vader, over een vader en dochter met een bipolaire stoornis. In datzelfde jaar kwam onder pseudoniem het boek Koosje uit, over haar eigen ervaringen met een bipolaire stoornis, en later verscheen Tijdens kantooruren, een boek over een pathologisch leugenaar op de werkvloer. Ze schreef ook diverse korte verhalen die in de prijzen vielen en verfilmd zijn (NCRV). Op dit moment werkt Aefke als communicatieadviseur bij een instelling voor Geestelijke Gezondheidszorg.

IRIS BOTER
Iris Boter heeft als illustrator én schrijver al aan meer dan 140 boeken gewerkt. Haar tekenstijl is vrolijk en grappig, maar soms ook met een serieuze ondertoon. Iris vindt illustreren geweldig en ook belangrijk omdat het een extra laag aan een verhaal toevoegt.

Mijn moeder kookt soep van tafelpoten | Aefke ten Hagen | € 14,99 | 160 pagina’s | verschijnt in november |Kluitman | isbn 978 90 206 2486 1


Bijlagen

Neem voor meer informatie of een interview met de auteur contact op met Laura Vogel van uitgeverij Kluitman via laura@kluitman.nl of 072 52 75 073.


Geplaatst in Pieken en dalen

De definitieve oplossing

Vandaag heb ik de documentaire van Joost Zwagerman bekeken. Dat vond ik nogal confronterend. Indringend vooral. En taboedoorbrekend. Want die taboes en stigma’s. Je komt ze overal tegen. Mensen noemen het egoïstisch. Want je hebt kinderen. Kun je niet maken joh. De mensen vinden ook dat je stil moet staan bij diegene die je vindt. Maar goed, iemand die zichzelf van het leven berooft, denkt alleen maar aan zichzelf. En ze begrijpen het niet. De mensen. Dat snap ik dan weer wel.

Ik ben fan van Joost Zwagerman. Toen ik een jaar of tien geleden was opgenomen, las ik Gimmick. Niet dat ik er doorheen kwam hoor. Toen niet. Maar dat lag meer aan mijn stemming dan aan het literaire talent van Joost. Ik ben bovendien vooral een groot fan van zijn gedichten. Zo groot, dat ik er zelfs mee slaap op een groot kussensloop.  Mijn geliefde is gedwongen mee te slapen.

Joost Zwagerman was verder fel en gedreven. Voor alles bang. Voor het schrijven van een roman wenste hij dagen zo leeg als een woestijn. Oceanen van tijd had hij nodig om zich tot schrijven te zetten. Het gezinsleven nam veel van zijn tijd in beslag.
Allemaal dingen die ik herken. Zo keek ik bijvoorbeeld naar de documentaire terwijl ik de aardappelen schilde voor mijn gezin. Mijn dagen zo vol als mijn kledingkast. Het stoofvlees aangebrand, de jongste jengelig en overprikkeld door Sinterklaas en de oudste ongecontroleerd en hyper. Geen moment voor mij alleen. Niet dat ik het erg vind. Dat wou ik. Ik wou per se een gezin. Ik had een felbegeerde, bijna obsessieve, kinderwens. Maar als ik wil schrijven, verlang ik naar die lege dagen. Zo leeg als de woestijn.

Gelukkig begrijpt bijna niemand hoe het voelt om dood te willen. Ik snap het wel. Het is niet per se de behoefte om dood te willen. Het is het verlangen naar rust. Je wilt dat de herrie in je hoofd stopt. De angsten, de wanen en het gevoel overbodig te zijn. Je bent mensen tot last. Je denkt echt dat het beter is dat je er niet meer bent. Je weet wel dat je familie en naasten er even verdrietig om zijn, maar na een tijdje pakt iedereen de draad weer op en is dat ook weer zoals het is.

Maar toch snap ik de boosheid wel. Want misschien was het maar een simpele impuls. Een kwaadaardige samenloop van omstandigheden met fatale afloop. Maar het is geen egoïsme. Geen schreeuw om aandacht, of laffe daad. Het is verdrietig. Dat wel. Want iemand heeft op dat moment waarschijnlijk een vertekend beeld van de werkelijkheid. Het is geen doordachte keuze. Zelfmoord is een definitieve oplossing voor een tijdelijk probleem. Maar het helpt niet om iemand die dood wil te zeggen dat het leven zo mooi is. En dat je het niet kunt maken ermee te stoppen. Wat wel helpt is aandacht. Luisteren. En je eigen oordeel weglaten. Dan ben je al een heel eind.

Geplaatst in Liefde. Veel liefde, Pieken en dalen

Ik kom terug

 

Ik heb een bipolaire stoornis. Dat betekent dat de pieken en dalen in mijn leven wat heftiger kunnen voelen dan bij ‘normale’ mensen. Ik kan door het dolle zijn op een mooie lentedag. Dat het langer licht is. Dat de vogels fluiten. Ik kan in een diep dal zitten zodra de dagen korter worden, de dagen donkerder voelen en het leven zwaar. En ik dacht dat ik het had uitgevonden. Met het schrijven van Koosje had ik de handleiding voor een goed leven voor de bipolair. Zo’n enorme dip of hysterische hoogte zou mij niet meer overkomen. Ik zou gewoon normaal doen. Een normaal leven leiden, zoals iedereen. In mijn geval betekende dat dat ik acuut stopte met alcohol drinken, geregeld zou sporten, mijn medicatie zou nemen en zou zorgen voor voldoende slaap. Ik zou een geregeld en behoorlijk saai leven leiden, zodat de bipolaire stoornis geen grip meer op mij zou krijgen. Dat ging tien jaar lang best goed.

Totdat ik op een dag op mijn werk verscheen met tranen achter mijn ogen. Die ochtend had ik mezelf uit bed geschopt, mijn leukste kleren aan getrokken en mijn man en kinderen geknuffeld. En toch voelde mijn leven als een zware, donkere deken. Een berg hopeloze ellende waar ik niet meer doorheen kwam. Ik meldde me ziek op mijn werk en belde mijn man. In tranen. Want het ging niet meer. Hij liet alles uit zijn handen vallen en kwam.

Sinds een aantal weken ben ik nauwelijks online. Ik richt me op mijn gezin en andere dierbaren om weer uit dit diepe dal te krabbelen. De geest is onnavolgbaar. Ik heb een fijn leven. Een huis, een lief, twee kinderen die mijn hart doen smelten. En toch voelde het elke ochtend alsof ik wakker werd in een wereld van paniek. Want ik kon het niet meer. Leven. Dingen die altijd vanzelfsprekend leken, werden grote, angstaanjagende obstakels. De computer aanzetten. Mail beantwoorden. Een feestje organiseren voor een jarig kind. Het kon niet meer. Wat ik wel kon, was huilen.

Het gaat nu beter met mij. Ik draag weer iets anders dan mijn spijkerbroek en donkerbruine vest. Ik kom weer buiten. Ik fiets. Ik neem mijn telefoon op en schrijf vandaag weer voor het eerst een blog. Ik neem elke avond een handvol medicatie. En het gaat beter. Echt. Ik huil niet meer. Zelfs niet op een uiterst verdrietig moment afgelopen week waarop een goede vriendin afscheid nam van haar lieve moeder. Ik voelde me afgevlakt en toch verdrietig. De keerzijde van antidepressiva.

Misschien heeft u mij gemist. Misschien ook niet. Ik u wel. En ik garandeer u dat ik weer terugkom. Hoe dan ook.

Geplaatst in Liefde. Veel liefde, Pieken en dalen

Dat je ineens keiharde ruzie hebt

ruzie

Ineens hadden we ruzie. En niet zo’n beetje. Hij rende briesend door het huis, terwijl ik rustig probeerde te blijven. En dat was niet makkelijk. Ik vond hem namelijk zo onredelijk, zo egocentrisch en zo aanstellerig reageren dat ik de neiging moest onderdrukken het huis uit te lopen en de deur achter me dicht te slaan. Maar ik vond dat ik weer eens de verstandigste moest zijn.
Zoals altijd.
Hij wist niet wat hij wilde en voelde zich onbegrepen. Terwijl ik het nogal ergerlijk vond dat hij de ene keer het één en dan weer het andere vroeg. Op het moment dat hij op de grond lag te gillen, ging ik naar hem toe en probeerde ik hem gerust te stellen. Ja, hallo.
Hij is drie. Hij was moe en wilde niet douchen. Terwijl ik vond dat dat moest. Ik ben nu eenmaal zo’n rotmoeder.

Toen hij frisgedoucht op ons grote bed zat, met een dik en nieuw verhalenboek tussen ons in, zei hij het.
‘Mama, zijn we weer vriendjes?’
Er gebeurde iets rondom mijn hart.
‘Natuurlijk zijn we weer vriendjes lieverd. Zullen we de brandweermannetjes weer lezen?’
‘Ja maar. Ja maar mama…’
‘Ja schatje’.
‘Sorry. Sorry dat ik ruzie heb gemaakt.’
Hij keek me recht aan en mijn keel zat dicht.
‘Nu moet jij ook iets zeggen mama.’ Zijn gezicht kwam heel dicht bij dat van mij.
‘Het spijt mij ook. En ik vind het lief dat je dat zegt.’
Het lukte me iets te zeggen zonder een traan te plengen.
‘Kom mama. We gaan lezen.’