Geplaatst in De mensen, Liefde. Veel liefde

Even flink zijn

Afgelopen week hebben mijn collega´s en ik aan deze animatie gewerkt. Ik heb geweldige reacties gehad. Mensen vonden het een heel duidelijk en helder verhaal. Want ja, hallo. Niet iedereen weet wat een bipolaire stoornis is. Dat hoeft ook niet. Het is fijn als er begrip is, maar ik begrijp het ook als iemand er geen bal van snapt. Begrijp je? Ik kan het zelf ook niet bevatten. Een bipolaire stoornis. Dan heb je extreme pieken en zeer zwaarmoedige dalen.

Moedig, dapper en stoer
Ik krijg heel veel leuke en fijne reacties op mijn animatie. Mensen vinden het moedig. Dapper. Stoer. Dat snap ik, want ik stel me kwetsbaar op. Toch kwam weer even de periode terug waarin ik moest herstellen van een heftig auto-ongeluk. Mijn huis stond vol met bloemen. Mensen waren zich kapot geschrokken. Ik had wel dood kunnen zijn. Hoe erg allemaal. Dat verdiende een bos vrolijkheid en een berg chocola.

Een touw of pillen
Aan een depressie kun je ook dood gaan. Dat is anders, want dan kies je er zelf voor om een touw of een pot pillen te pakken. Maar is dat eigenlijk wel zo? Kies je zelf voor de dood? Nee. Je ziekte en je gekmakende gedachten kiezen ervoor. En dat is ongelooflijk moeilijk te begrijpen. Dat snap ik. Maar echt. Ik vind het te gek dat er zoveel positieve reacties op mijn animatie komen. Maar mocht je nou denken: wat moet ik doen als iemand depressief is? Ik weet het antwoord wel. Je hoeft er alleen maar te zijn. Te luisteren zonder oordeel. Dat is moeilijk, ook dat snap ik. En als je een andere mening hebt, is dat ook prima. Maar ik wil zo graag helpen het stigma te doorbreken dat er nog steeds op psychiatrische ziekten heerst. Dat auto-ongeluk was erg. Gelukkig heb ik alleen mezelf en mijn auto schade berokkend. Maar die depressie van twee jaar geleden was veel erger. En dan ook niet een beetje. Als ik mag kiezen, ben ik nooit meer depressief.

Het gebroken been
De vergelijking met het gebroken been komt ook nog vaak bij me op. Toen ik de depressie had, kreeg ik kaartjes van mijn liefste vriendinnen, mensen waren bezorgd, de mensen kwamen langs. Toen ik het auto-ongeluk had gehad, was mijn huis veranderd in een bloemenzee. Superlief, heel erg fijn. Ik snap het ook wel. Een auto-ongeluk is concreet. Je auto ligt aan diggelen, ik had hier en daar een schram. En ik was geschrokken en dankte God op mijn blote knieën dat mijn kinderen er niet bij waren.

Stoer?
Wil je zelf bepalen of je onderstaande animatie stoer vindt? Dat mag. Bedenk dan gelijk dat iedereen stoer is die zich kwetsbaar opstelt. Of je nu aan het meisje met de negen pruiken denkt, iemand die van de drugs afkickt… 

Even flink zijn! 
Het maakt niet uit. Iedereen heeft wel eens wat. Van A(lzheimer) tot Z(waar) overspannen. Je hoeft niet alles te begrijpen. Maar het zou vet zijn dat dat psychiatrische taboe eens doorbroken wordt. Stuur ook eens een bos bloemen naar iemand met een burn-out. Ook al snap je er niks van en vind je dat die persoon gewoon even flink moet zijn. Let´s change that shit and spread the word. 

 

Aefke ten Hagen animatie

Geplaatst in Liefde. Veel liefde

De M van manisch

Soms vragen de mensen het wel eens.
‘Kun jij goed met je praten met je vader? Jullie hebben allebei een bipolaire stoornis.’
Dat laatste klopt.
Maar nee. We zijn allebei opgegroeid in een andere tijd. De Geestelijke Gezondheids Zorg (GGZ) heeft een gigantische ontwikkeling doorgemaakt. Het gezin wordt er nu bij betrokken. Mensen krijgen eigen autonomie. Verantwoordelijkheid voor hun eigen gedrag en er wordt echt niet meteen naar pillen gegrepen. We maken een WRAP en weten dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons gedrag. In noodgevallen wordt er door externen ingegrepen. En dan nog gaat alles in overleg met degene die dit allemaal ondergaat. We denken wel dat er meteen naar pillen wordt gegrepen, maar dat ligt echt wat genuanceerder. Gelooft u mij maar. Been there. Done that. 

Gisteren was ik bij mijn vader. Hij woont in een verpleeghuis. Hij is veranderd. Heeft meer zorg nodig. En die krijgt hij ook. Er zijn veel spookverhalen over verpleeghuizen, maar mijn vader wordt goed verzorgd. En sommige dingen heeft hij, ondanks zijn dementie, dondersgoed in de gaten. Hij heeft het zelf altijd over zijn M van manisch. Die wil hij niet Missen. Het geeft hem euforie. Geluk. Het idee dat hij alles kan wat hij maar wil en dat hij leeft. En die M van manisch maakt zijn omgeving erg Moe. De M van Moe. De M van moedeloos ook. Hij vertelde over al zijn plannen en ideeën die hij nog heeft. Want hij is dat al wel 74, denk maar niet dat hij niets meer kan. Bovendien legde hij ons gistermiddag nog even uit wat een hypothenusa is. De schuine streep van een rechthoekige driehoek die tegenover de rechte hoek ligt. We Googelden. Het klopte.
Hij vindt het moeilijk om de tafel te dekken, maar de meetkunde heeft nog steeds geen geheimen voor mijn vader.

Toen we bij de lift stonden, zei hij het.
‘Jij wilt de M van manisch ook niet missen.’
Ik keek hem aan en knikte.
‘Maar ik moet er nu wel verstandig mee omgaan’, zei ik.
Hij kneep in mijn hand.
‘Het gaat vanzelf weer over’, zei hij.

Aefke ten Hagen

Geplaatst in De bestsellerbitch, Kinderboeken, Mijn moeder kookt soep van tafelpoten

Hou je KOPP, kind!

Binnenkort ligt mijn eerste kinderboek in de winkels. Het boek gaat over Fiep. Fiep is een meisje van twaalf jaar, met een leuk leven. Fiep speelt gitaar, ze heeft een kat die Kachel heet en gaat gauw naar de middelbare school. Maar Fiep heeft het af en toe niet echt makkelijk. Haar moeder is bipolair.

Fiep is een KOPP-kind. Een kind van een ouder met Psychiatrische Problemen. Ik ben een KOPP-kind en heb er zelf twee. Vroeger ging het toch wel een klein beetje anders met die KOPP-kinderen. Toen moesten kinderen toch wel wat vaker hun KOPP houden en de vuile was binnen houden.

Ik pleit voor het buiten hangen van de vuile was. Laat anderen jouw vuile was maar zien, misschien kunnen ze je helpen de was schoon te krijgen en glad te strijken. Bovendien zien we zo dat het niet overal rozengeur en maneschijn is. Overal is gezeik. Misschien heb jij als kind wel een ouder gehad die verslaafd was aan alcohol, kom je uit een gebroken gezin, of heb je een broer die aan zware depressies lijdt.

Ik zou zeggen: hou je KOPP niet kind. Laat je horen. Kind zijn van een ouder met psychiatrische problemen is niet alleen maar leuk. Want laten we eerlijk zijn. Soms vinden mijn kinderen het best grappig. Ze mogen op de bank springen, hutten bouwen en af en toe mogen ze een ijsje kiezen, zo groot als ze willen. ‘Nou, dat doe ik anders ook wel eens’, hoor ik u denken. Maar er zijn ook momenten dat ik vergeet te koken omdat we zo leuk aan het verkleden zijn. Dat mijn oudste ineens klaagt dat hij zo’n honger heeft, omdat ik ben vergeten te koken. Dat mama de soep laat aanbranden en dat ze dan een boterham mogen met een berg hagelslag. Dat ze zomaar iets mogen uitkiezen in de speelgoedwinkel. Dat we ineens naar de dierentuin gaan. Gewoon, omdat het kan. En dat diezelfde moeder twee jaar terug niet vooruit te branden was vanwege een zware depressie, extreme angst en de hoop op herstel compleet was verloren.

Een depressie is geen rozengeur en maneschijn. Het is niet interessant, intellectueel of diepzinnig. Je komt er niet altijd per se sterker uit. Anti-depressiva helpen soms, maar het zorgt ook voor extra kilo’s, extreme vermoeidheid en een algeheel gevoel van burgerlijke saaiheid.

Maar het gaat nu even niet om mij, het gaat niet om u en zeker niet om de mensen die denken dat psychiatrische ziekten slechts bij de zwakkeren van de samenleving horen. Het gaat even om de kinderen. Kinderen die vooral even niet hun KOPP moeten houden. Dus kinderen: praat erover. Zoek iemand die je vertrouwt. Het ligt niet aan jou, dus laat je vooral niet gek maken.

Geplaatst in Pieken en dalen

De definitieve oplossing

Vandaag heb ik de documentaire van Joost Zwagerman bekeken. Dat vond ik nogal confronterend. Indringend vooral. En taboedoorbrekend. Want die taboes en stigma’s. Je komt ze overal tegen. Mensen noemen het egoïstisch. Want je hebt kinderen. Kun je niet maken joh. De mensen vinden ook dat je stil moet staan bij diegene die je vindt. Maar goed, iemand die zichzelf van het leven berooft, denkt alleen maar aan zichzelf. En ze begrijpen het niet. De mensen. Dat snap ik dan weer wel.

Ik ben fan van Joost Zwagerman. Toen ik een jaar of tien geleden was opgenomen, las ik Gimmick. Niet dat ik er doorheen kwam hoor. Toen niet. Maar dat lag meer aan mijn stemming dan aan het literaire talent van Joost. Ik ben bovendien vooral een groot fan van zijn gedichten. Zo groot, dat ik er zelfs mee slaap op een groot kussensloop.  Mijn geliefde is gedwongen mee te slapen.

Joost Zwagerman was verder fel en gedreven. Voor alles bang. Voor het schrijven van een roman wenste hij dagen zo leeg als een woestijn. Oceanen van tijd had hij nodig om zich tot schrijven te zetten. Het gezinsleven nam veel van zijn tijd in beslag.
Allemaal dingen die ik herken. Zo keek ik bijvoorbeeld naar de documentaire terwijl ik de aardappelen schilde voor mijn gezin. Mijn dagen zo vol als mijn kledingkast. Het stoofvlees aangebrand, de jongste jengelig en overprikkeld door Sinterklaas en de oudste ongecontroleerd en hyper. Geen moment voor mij alleen. Niet dat ik het erg vind. Dat wou ik. Ik wou per se een gezin. Ik had een felbegeerde, bijna obsessieve, kinderwens. Maar als ik wil schrijven, verlang ik naar die lege dagen. Zo leeg als de woestijn.

Gelukkig begrijpt bijna niemand hoe het voelt om dood te willen. Ik snap het wel. Het is niet per se de behoefte om dood te willen. Het is het verlangen naar rust. Je wilt dat de herrie in je hoofd stopt. De angsten, de wanen en het gevoel overbodig te zijn. Je bent mensen tot last. Je denkt echt dat het beter is dat je er niet meer bent. Je weet wel dat je familie en naasten er even verdrietig om zijn, maar na een tijdje pakt iedereen de draad weer op en is dat ook weer zoals het is.

Maar toch snap ik de boosheid wel. Want misschien was het maar een simpele impuls. Een kwaadaardige samenloop van omstandigheden met fatale afloop. Maar het is geen egoïsme. Geen schreeuw om aandacht, of laffe daad. Het is verdrietig. Dat wel. Want iemand heeft op dat moment waarschijnlijk een vertekend beeld van de werkelijkheid. Het is geen doordachte keuze. Zelfmoord is een definitieve oplossing voor een tijdelijk probleem. Maar het helpt niet om iemand die dood wil te zeggen dat het leven zo mooi is. En dat je het niet kunt maken ermee te stoppen. Wat wel helpt is aandacht. Luisteren. En je eigen oordeel weglaten. Dan ben je al een heel eind.

Geplaatst in Kinderboeken, Mijn moeder kookt soep van tafelpoten

World Mentalhealthday – ha, ha, ha, je vader!

Speciaal voor WorldMentalHealthDay: een klassieker voor kinderen.

Want kent u ‘m nog? Dat liedje van Kinderen voor Kinderen: ‘Ha, ha, ha, je vader, ha je vader die is gek.’
Speciaal op deze dag schreef ik het laatste hoofdstuk van ‘Mijn moeder kookt soep van tafelpoten’. 
En ik schreef het voorwoord. Speciaal voor Tijl en Bo.

Dat leest u komend voorjaar in ‘Mijn moeder kookt soep van tafelpoten’. 

 

Geplaatst in Liefde. Veel liefde

Mijn beren en ik

Ik probeer aan mijn kinderboek te schrijven. Maar vanochtend las ik een mail van de BSO van  Tijl (5). Die verontruste me. Hij wordt niet meer opgehaald met een Stint. Die bakfietsen zijn per direct van de weg afgehaald. De BSO’s moeten nu als een gek voor vervangend vervoer zorgen. Dit zou overlast kunnen veroorzaken. De directeur bedankte me voor mijn begrip.
Begrip voor overlast? Hoe dan?
Ik ben volgens mij al een redelijk bezorgde moeder, maar hier wilde ik even het mijne van weten. Overlast? Wat voor overlast? Mijn beren en ik verzamelden ons op de weg. Wachtend op vervangend vervoer. Ik kreeg er buikpijn van en  kon me niet op mijn boek concentreren. Daarom belde ik naar de BSO.
‘Het kan zijn dat de kinderen vijf minuten langer moeten wachten bij school’, vertelde de het locatiehoofd van de BSO van Tijl. ‘We doen ons uiterste best om op tijd te zijn, maar dat bedoelen we met overlast.’
Zet. Dat. Dan. In. De. Mail. 
Ok. Als dat alles is. Deze moeder zet haar blog weer uit en gaat aan de slag met de #tafelpoten.
Mijn moeder kookt soep van tafelpoten
Geplaatst in Liefde. Veel liefde, Mijn moeder kookt soep van tafelpoten

Mijn moeder kookt soep zoete aardappelen

Ik kreeg een mail van mijn redacteur. De titel van het onderwerp was: ‘Covervoorstellen.’

Omdat ik overal mijn mail open, uit pure impulsieve nieuwsgierigheid, stond ik nu achter het fornuis met deze belangrijke mail in mijn handpalm. De zoete aardappelen kookten dat het een lieve lust was. Als ik de mail nu zou openen, zou ik er soep van kunnen koken. Ook prima.

Soep
Daarom opende ik per direct mijn mail. Ik keek naar de voorstellen die ik had ontvangen en was gelukkig. Ik wilde ze direct aan mijn zoon laten zien, maar hij was net druk met een noodgeval. Er waren honderden kastanjes op de snelweg gevallen en de brandweer moest erbij komen.  Ik kon hem onmogelijk in zijn spel storen. Daarom roerde ik afwezig in de papperige zoete aardappelen. Niet met een tafelpoot hoor. Maar het had gekund.

Toen ik mijn smartphone weer weglegde, zuchtte ik. Het was net echt. Ik, Aefke ten Hagen, schrijf een kinderboek.
‘Mama’, zei Tijl (5) toen:’Ik ben zo gelukkig met al mijn kastanjes, dat ik er wel om kan huilen.’
‘Dat snap ik kind’, zei ik. ‘Dat snap ik.’
We aten soep die avond. Soep van zoete aardappelen.

Geplaatst in Mijn moeder kookt soep van tafelpoten

Mijn moeder kookt soep van tafelpoten

‘Het moet een gekke titel zijn’, zei ze toen ik mijn idee voorlegde. Ik wilde een jeugdboek schrijven over een kind met een bipolaire moeder. Ik wilde altijd al zo’n boek schrijven. Gewoon omdat het moest.
‘Je moet bij het lezen van die titel denken: huh?’, vond ze. Ze trok een gezicht alsof iemand haar had gevraagd of ze spartelende wormen in haar koffie wilde.
‘Ja’, zei ik afwezig. Ik dacht na en werd afgeleid door een bootje met luidruchtige, nieuwe studenten. Het gebral stierf langzaam weg.
‘Mijn moeder…’ begon ik. ‘Mijn moeder…’
‘Ja, iets heel geks’, zei ze. We hoopten zwijgend op een ingeving.

Want met haar kan ik geweldig brainstormen over schrijven. Ze heeft een gouden pen en een warm hart.

‘Mijn moeder’, peinsde ze verder.
‘Zoiets als: mijn moeder kookt soep van tafelpoten’. Ze sloeg met een vlakke hand op de wankele terrastafel.

Mijn moeder kookt soep van tafelpoten

Met haar in mijn buurt blijf ik wel in evenwicht. 

Geplaatst in Mijn moeder kookt soep van tafelpoten

PERSBERICHT: Mijn moeder kookt soep van tafelpoten

Ik heb een nieuwtje: 

 

Auteur Aefke ten Hagen heeft een contract getekend bij Kluitman voor een bijzonder jeugdboek (10+) met een actueel thema. Mijn moeder kookt soep van tafelpoten gaat over de elfjarige Fiep die opgroeit met een moeder met een bipolaire stoornis.

Aefke ten Hagen: ‘Min of meer schrijf ik dit boek uit eigen ervaringen. Ik heb gemerkt dat er niet veel echte kinderboeken zijn over een ouder met een bipolaire stoornis. De film Knetter is bijvoorbeeld erg leuk en heel ontroerend (mijn moeder en ik hebben de film gekeken met een brok in onze keel), maar ik denk dat het belangrijk is om een leuk boek over een ouder met een bipolaire stoornis te schrijven zonder de ernst uit het oog te verliezen. Een bipolaire stoornis is niet niks en niet alleen vervelend voor degene die het betreft, maar ook vooral voor zijn omgeving.’ 

Uitgever Mariska Budding: ‘Met kippenvel las ik de eerste stukken van het manuscript. Door haar eigen ervaringen weet de auteur de lezer te raken, zonder het allemaal heel zwaar te maken. Een mooi verhaal, mét een belangrijk thema. Een onderwerp waar ongelooflijk veel kinderen en gezinnen mee te maken hebben.’

Aefke ten Hagen
Foto: Willem Mes

AEFKE TEN HAGEN
Aefke ten Hagen (1975) is getrouwd met Tijmen en moeder van Tijl (5) en Bo (3). Ze schrijft romans, blogs, webteksten en columns.  Ze schreef diverse korte verhalen die in de prijzen vielen en verfilmd zijn (NCRV). Ze debuteerde in 2010 met de roman In naam van mijn vader; schreef in datzelfde jaar onder pseudoniem het boek Koosje, over haar eigen ervaringen met een bipolaire stoornis en later kwam Tijdens kantoorurenuit, een boek over een pathologische leugenaar op de werkvloer. Op dit moment werkt Aefke als communicatieadviseur bij Lister, een instelling voor Geestelijke Gezondheidszorg waar mensen wonen met een psychiatrische problematiek of verslaving. Aefke zet zich in tegen het stigma op de psychiatrie.

Mijn moeder kookt soep van tafelpoten
 zal voorjaar 2019 bij Kluitman verschijnen.