Geplaatst in Liefde. Veel liefde

Mijn beren en ik

Ik probeer aan mijn kinderboek te schrijven. Maar vanochtend las ik een mail van de BSO van  Tijl (5). Die verontruste me. Hij wordt niet meer opgehaald met een Stint. Die bakfietsen zijn per direct van de weg afgehaald. De BSO’s moeten nu als een gek voor vervangend vervoer zorgen. Dit zou overlast kunnen veroorzaken. De directeur bedankte me voor mijn begrip.
Begrip voor overlast? Hoe dan?
Ik ben volgens mij al een redelijk bezorgde moeder, maar hier wilde ik even het mijne van weten. Overlast? Wat voor overlast? Mijn beren en ik verzamelden ons op de weg. Wachtend op vervangend vervoer. Ik kreeg er buikpijn van en  kon me niet op mijn boek concentreren. Daarom belde ik naar de BSO.
‘Het kan zijn dat de kinderen vijf minuten langer moeten wachten bij school’, vertelde de het locatiehoofd van de BSO van Tijl. ‘We doen ons uiterste best om op tijd te zijn, maar dat bedoelen we met overlast.’
Zet. Dat. Dan. In. De. Mail. 
Ok. Als dat alles is. Deze moeder zet haar blog weer uit en gaat aan de slag met de #tafelpoten.
Mijn moeder kookt soep van tafelpoten
Geplaatst in Liefde. Veel liefde, Mijn moeder kookt soep van tafelpoten

Mijn moeder kookt soep van zoete aardappelen

Ik kreeg een mail van mijn redacteur. De titel van het onderwerp was: ‘Covervoorstellen.’

Omdat ik overal mijn mail open, uit pure impulsieve nieuwsgierigheid, stond ik nu achter het fornuis met deze belangrijke mail in mijn handpalm. De zoete aardappelen kookten dat het een lieve lust was. Als ik de mail nu zou openen, zou ik er soep van kunnen koken. Ook prima.

Soep
Daarom opende ik per direct mijn mail. Ik keek naar de voorstellen die ik had ontvangen en was gelukkig. Ik wilde ze direct aan mijn zoon laten zien, maar hij was net druk met een noodgeval. Er waren honderden kastanjes op de snelweg gevallen en de brandweer moest erbij komen.  Ik kon hem onmogelijk in zijn spel storen. Daarom roerde ik afwezig in de papperige zoete aardappelen. Niet met een tafelpoot hoor. Maar het had gekund.

Toen ik mijn smartphone weer weglegde, zuchtte ik. Het was net echt. Ik, Aefke ten Hagen, schrijf een kinderboek.
‘Mama’, zei Tijl (5) toen:’Ik ben zo gelukkig met al mijn kastanjes, dat ik er wel om kan huilen.’
‘Dat snap ik kind’, zei ik. ‘Dat snap ik.’
We aten soep die avond. Soep van zoete aardappelen.

Geplaatst in Liefde. Veel liefde

Let´s change that shit

Aefke ten Hagen

´Let´s change that shit´, twitterde Aafke Romeijn nadat ze bij Nieuwsuur had verteld dat ze AD gebruikt.

Eens. Let´s change that shit. Ik schreef een verhaal over mijn laatste depressie voor het personeelsmagazine voor de organisatie waar ik werk. Dan is het ook maar meteen duidelijk, nietwaar.

Trouwens. Nog bedankt allemaal. Voor het ophalen van mijn kinderen toen ik alleen maar onder mijn dekbed wilde liggen. Voor het langsbrengen van bloemen en chocola. Voor het sturen van appjes en kaartjes waar ik nooit op reageerde. Bedankt allemaal. Sommige mensen verdienen een gouden kroontje op hun hoofd. Love u all.

 


Klik hier naar mijn verhaal en change that shit!

 

 

 

 

Geplaatst in Liefde. Veel liefde, Pieken en dalen

Ik kom terug

 

Ik heb een bipolaire stoornis. Dat betekent dat de pieken en dalen in mijn leven wat heftiger kunnen voelen dan bij ‘normale’ mensen. Ik kan door het dolle zijn op een mooie lentedag. Dat het langer licht is. Dat de vogels fluiten. Ik kan in een diep dal zitten zodra de dagen korter worden, de dagen donkerder voelen en het leven zwaar. En ik dacht dat ik het had uitgevonden. Met het schrijven van Koosje had ik de handleiding voor een goed leven voor de bipolair. Zo’n enorme dip of hysterische hoogte zou mij niet meer overkomen. Ik zou gewoon normaal doen. Een normaal leven leiden, zoals iedereen. In mijn geval betekende dat dat ik acuut stopte met alcohol drinken, geregeld zou sporten, mijn medicatie zou nemen en zou zorgen voor voldoende slaap. Ik zou een geregeld en behoorlijk saai leven leiden, zodat de bipolaire stoornis geen grip meer op mij zou krijgen. Dat ging tien jaar lang best goed.

Totdat ik op een dag op mijn werk verscheen met tranen achter mijn ogen. Die ochtend had ik mezelf uit bed geschopt, mijn leukste kleren aan getrokken en mijn man en kinderen geknuffeld. En toch voelde mijn leven als een zware, donkere deken. Een berg hopeloze ellende waar ik niet meer doorheen kwam. Ik meldde me ziek op mijn werk en belde mijn man. In tranen. Want het ging niet meer. Hij liet alles uit zijn handen vallen en kwam.

Sinds een aantal weken ben ik nauwelijks online. Ik richt me op mijn gezin en andere dierbaren om weer uit dit diepe dal te krabbelen. De geest is onnavolgbaar. Ik heb een fijn leven. Een huis, een lief, twee kinderen die mijn hart doen smelten. En toch voelde het elke ochtend alsof ik wakker werd in een wereld van paniek. Want ik kon het niet meer. Leven. Dingen die altijd vanzelfsprekend leken, werden grote, angstaanjagende obstakels. De computer aanzetten. Mail beantwoorden. Een feestje organiseren voor een jarig kind. Het kon niet meer. Wat ik wel kon, was huilen.

Het gaat nu beter met mij. Ik draag weer iets anders dan mijn spijkerbroek en donkerbruine vest. Ik kom weer buiten. Ik fiets. Ik neem mijn telefoon op en schrijf vandaag weer voor het eerst een blog. Ik neem elke avond een handvol medicatie. En het gaat beter. Echt. Ik huil niet meer. Zelfs niet op een uiterst verdrietig moment afgelopen week waarop een goede vriendin afscheid nam van haar lieve moeder. Ik voelde me afgevlakt en toch verdrietig. De keerzijde van antidepressiva.

Misschien heeft u mij gemist. Misschien ook niet. Ik u wel. En ik garandeer u dat ik weer terugkom. Hoe dan ook.

Geplaatst in Liefde. Veel liefde

Leuk zo’n prijs. Als ie maar niet gejat wordt.

elektrische fiets

In het winkelcentrum bij ons in de wijk was al een tijd een campagne gaande. Als je iets bij een plaatselijke ondernemer kocht, kreeg je een kraslot. Op internet moest je dan een code invullen en dan kon je een elektrische fiets winnen. En ik win echt nooit iets.

Inmiddels weet ik natuurlijk wel wat ik ermee ga doen.
Heel hard naar Leidsche Rijn fietsen. De brug op. En weer terug. En dat dan een paar keer op een dag. Want ja, mijn baan bij Lister is zo dichtbij. Als ik één keer trap, ben ik er al voorbij.

Ik ben erg blij met de fiets. Dat ik zomaar zo’n mooi cadeau krijg. Mijn moeder zou zeggen: ‘Dat is eigenlijk te gek’. Ze zei ook nog: ‘Die fiets mag ie niet buut’n zett’n. Den wörd ow zo gestoln’.
Verder was ze ook blij hoor. Die moeder van mij.

Geplaatst in Liefde. Veel liefde

Poehwatishetwarmhebjijhetnietwarm?

Loesje zon

 

‘Poehwatishetwarmhebjijhetnietwarm?’
Op kantoor het gesprek van de dag.
‘Nee, je moet niet teveel koud water drinken. Dat is heel slecht voor je.’
‘Ik zweet me dood zeg.’
‘Is het cool op jouw kamer?’
‘De airco doet het niet.’
En de ergste:
‘Wat is het heerlijk om naar het toilet te gaan. Alleen al omdat het daar zo koel is.’

In Nederland is het twee dagen mooi weer en De Mensen. U weet wel. De Mensen. Van die figuren zoals u en ik. Ze zeuren zo. Mensen, kijk naar de zon en straal.

Ik houd het trouwens wel kort hoor. Dit blogje. De hitte hé.

Geplaatst in Liefde. Veel liefde

Hoofd vol werk

vol hoofd

Met mijn hoofd vol werk, fietste ik naar huis. Thuis ging ik vrolijk verder. Ik checkte om de minuut mijn iPhone op mail van mijn werk, haalde de post uit het postvak, deed reclame bij het oud papier en pakte de gemarineerde kip uit de koelkast. Ik piekerde over mijn week en hoe ik die het best kon invullen. Ik sneed de groente, checkte mijn iPhone, deed de kip in de pan en brandde mijn hand aan een opspattende spetter olie. Ik deed mijn jas uit, zette mijn tas weg, checkte mijn iPhone en deed de deur open. Meteen ging ik door mijn knieën.
Een lach van oor tot oor.
‘Mama!’
Het piepkleine mannetje wandelde in mijn armen. Zijn broer in zijn kielzog en ik in het nu.

Geplaatst in Liefde. Veel liefde, Pieken en dalen

Dat je ineens keiharde ruzie hebt

ruzie

Ineens hadden we ruzie. En niet zo’n beetje. Hij rende briesend door het huis, terwijl ik rustig probeerde te blijven. En dat was niet makkelijk. Ik vond hem namelijk zo onredelijk, zo egocentrisch en zo aanstellerig reageren dat ik de neiging moest onderdrukken het huis uit te lopen en de deur achter me dicht te slaan. Maar ik vond dat ik weer eens de verstandigste moest zijn.
Zoals altijd.
Hij wist niet wat hij wilde en voelde zich onbegrepen. Terwijl ik het nogal ergerlijk vond dat hij de ene keer het één en dan weer het andere vroeg. Op het moment dat hij op de grond lag te gillen, ging ik naar hem toe en probeerde ik hem gerust te stellen. Ja, hallo.
Hij is drie. Hij was moe en wilde niet douchen. Terwijl ik vond dat dat moest. Ik ben nu eenmaal zo’n rotmoeder.

Toen hij frisgedoucht op ons grote bed zat, met een dik en nieuw verhalenboek tussen ons in, zei hij het.
‘Mama, zijn we weer vriendjes?’
Er gebeurde iets rondom mijn hart.
‘Natuurlijk zijn we weer vriendjes lieverd. Zullen we de brandweermannetjes weer lezen?’
‘Ja maar. Ja maar mama…’
‘Ja schatje’.
‘Sorry. Sorry dat ik ruzie heb gemaakt.’
Hij keek me recht aan en mijn keel zat dicht.
‘Nu moet jij ook iets zeggen mama.’ Zijn gezicht kwam heel dicht bij dat van mij.
‘Het spijt mij ook. En ik vind het lief dat je dat zegt.’
Het lukte me iets te zeggen zonder een traan te plengen.
‘Kom mama. We gaan lezen.’